Welke biodiversiteit in steengroeven?

Meer dan iedere andere industrie hebben de steengroeven een nauwe band met de ecosystemen en het milieu. De ontginning van een steengroeve veroorzaakt dan wel onvermijdelijk een belangrijke verstoring van de topografie en de bodembedekking, maar maakt de creatie van geschikte habitats mogelijk. Deze netwerken van habitats zijn zeldzaam geworden in België door de artificialisering en de banalisering van het landschap: rotsachtige of zanderige hellingen en zandvlaktes, steenslag, tijdelijke of heel diepe wateroppervlakken, kalkgraslanden of schrale weides enz.

Deze realiteit heeft geleid tot het project Life in Quarries met als belangrijkste doel het ontwikkelen en in stand houden van dit potentieel om biodiversiteit te herbergen in de verschillende actieve mijnen in België.

Biodiversiteit is geen nieuw probleem voor de sector, wat blijkt uit de herstructureringsplannen van de steengroeven (aanwezig in de exploitatievergunningen sinds de jaren 1970). Meerdere ondernemingen hebben partnerschappen uitgebouwd met ngo’s om de biodiversiteit te ontwikkelen op hun ontginningsterreinen (zie gegevensbank Europese Unie van de Granulaatproducenten – onderdeel België).

Sectorspecifiek handvest

Sinds 2012 heeft de sector, vertegenwoordigd door Fediex en Pierres et Marbres de Wallonie, een sectorspecifiek handvest aangenomen om de ontwikkeling van de biodiversiteit op de sites ervan in Wallonië te bevorderen.

Dit handvest, in eerste instantie gesloten voor een periode van 3 jaar, met de Waalse minister van Natuur, werd verlengd tot 2020.

De ontginningsindustrie is de eerste sector die een dergelijk handvest ondertekent met het Gewest. Dit handvest behoort tot het toekomstige plan “Natuur voor iedereen!” dat Wallonië van plan is in te stellen.

Met dit handvest verbindt de sector zich ertoe drie grote soorten acties te ondernemen:

  • Bewustmaking van de leden;
  • Verspreiding van aanbevelingen om de bescherming van de biodiversiteit op te nemen in de bedrijfsplannen;
  • Uitwerking van een opleiding voor de leden. Deze opleiding werd gedurende drie opeenvolgende jaren georganiseerd door Fediex (2013-2015), in samenwerking met Pierres et Marbres de Wallonie en de Afdeling biodiversiteit en landschap van Gembloux Agro-Bio Tech. De opleiding maakt deel uit van het voortgezet opleidingsprogramma van de faculteit. Niet minder dan 56 personen hebben deze opleiding gevolgd sinds de invoering ervan in 2013. De heer en mevrouw Biodiversiteit zijn nu aanwezig op 49 sites.

Teneinde concrete acties in te voeren op het terrein en technische steun te verlenen aan de steengroeve-ondernemers, is het project LIFE In Quarries een logische verlenging van deze aanpak.  De cofinanciering waarvan het project deel uitmaakt door de Europese Commissie en het Waals Gewest moeten de invoering van een duurzame strategie voor beheer van de biodiversiteit van de sites mogelijk maken.

Wat is dynamisch beheer?

De doelstelling van het project Life in Quarries is het ontwikkelen en in stand houden van methodes die het potentieel om biodiversiteit te herbergen in de verschillende actieve mijnen in België optimaliseren. De innovatie schuilt in de implementatie van maatregelen om de biodiversiteit te beheren tijdens de ontginning via het “dynamisch beheer”, maar ook tijdens het herstel aan het einde van de ontginning dankzij de “permanente natuur”.

De integratie van de biodiversiteit tijdens de ontginningsfase van een steengroeve vereist het op punt stellen van nieuwe ontwikkelingsbenaderingen van de biodiversiteit en van een administratief en wettelijk beheer.

Een netwerk van tijdelijke leefmilieus wordt dynamisch beheerd in parallel met de ontginningsactiviteit, zorgen voor constante beschikbaarheid van geschikt leefgebied voor de ontwikkeling van de biodiversiteit.

Het dynamisch beheer van de biodiversiteit is gericht op meerdere zeldzame en beschermde doelsoorten in Wallonië die voor hun ontwikkeling gebruik zullen maken van de habitats, gegenereerd door de ontginningsactiviteit. Dat is onder meer het geval voor de oeverzwaluw, de zand- en muurhagedis, de rugstreep- en vroedmeesterpad of algen die ontstaan in een arme omgeving zoals de kranswierachtigen.

Welke tijdelijke natuur?

Dynamisch beheer van tijdelijke poelen

De aanwezigheid van tijdelijke poelen is gunstig voor de versterking van amfibieën- (rugstreep- en vroedmeesterpad) en libellenpopulaties, die samenhangen met deze netwerken van habitats en bevordert de ontwikkeling van kranswierachtigen, algen die ontstaan in wateroppervlakken met een laag nutriëntengehalte (oligotroof).

Doelstelling: 120 tijdelijke poelen creëren over meerdere jaren. Dit dynamische beheer vereist dat er voortdurend habitats ter beschikking worden gesteld en worden ontwikkeld zodat pioniersoorten die als doelgroep werden gekozen hun levenscyclus kunnen vervullen.

Dynamisch beheer van pioniergraslanden

Pioniergraslanden worden soms geassocieerd met tijdelijke wateroppervlakken of met drogere ondergronden en herbergen een groot aantal therofyten en insecten. In steengroeven kunnen vogels, zoals de boomleeuwerik en de kleine plevier, terecht in deze graslanden voor hun broedcyclus.

Een meerjarig beheer waarin wordt ontbost en gezaaid zal de mogelijkheid bieden om die pionieromgevingen te heropenen en om kenmerkende plantensoorten te kweken.

Doelstelling: creatie van 12 hectare pioniergraslanden.

Opfrissing van beweegbare hellingen

In Wallonië heeft de afname van beschikbare natuurlijke habitats voor de oeverzwaluw, als gevolg van de stabilisatie van de rivieroevers, ervoor gezorgd dat deze vogel hellingen van losse sedimenten is gaan opzoeken in steengroeven en in andere kunstmatige sites. Door de creatie en jaarlijkse opfrissing van hellingen van losse sedimenten wordt het behoud van een geschikte habitat voor deze zwaluwen verzekerd. Deze habitats kunnen de ontwikkeling van solitaire bijenpopulaties bevorderen.

Doelstelling: creatie van 10 banken van 30 meter lang bestaande uit hellingen

Beheer van puinhellingen

Afgezien van hun groot belang voor de patrimoniale flora op Europees niveau vormen de kalk- en kiezelpuinhellingen belangrijke broedplaatsen voor reptielen, zoals de gladde slang en de muurhagedis.

Doelstelling: creatie van 5 hectare puinhellingen op alle locaties.

Installatie van schuilplaatsen

Om de biodiversiteit in actieve steengroeven te herbergen en te ontwikkelen moet er een gunstige habitat worden aangemaakt om de soorten te beschermen. Deze actie omvat de aanmaak van golfbrekers, schuilplaatsen en overwinteringsplaatsen voor reptielen, amfibieën en insecten.

Doelstelling: installatie van 96 schuilplaatsen gedurende het hele project.

Ontwikkeling van vaatplanten

De ontwikkeling van 8 zendingen patrimoniale soorten therofyten die de oprichting van een zaaigoedbank mogelijk maken voor de herintroductie in steengroeven die gunstige omstandigheden bieden voor hun ontwikkeling.

Bedoeling: selectie van minstens 8 soorten vaatplanten op basis van hun affiniteit voor droge, oligotrofe en zonnige omgevingen om zaden te produceren en in te zaaien in pioniergraslanden.

Verplaatsen van rugstreeppadden en kamsalamanders

De geografische isolatie van steengroeven kan een beperkende factor zijn in de herkolonisatie van de kleine fauna karakteristiek voor pioniersomgevingen. Om het onthaalpotentieel te benutten is het project gericht op de herintroductie van 4 populaties rugstreeppadden en kamsalamanders in potentiële steengroevesites.

Herintroductie van de geelbuikvuurpad

In het Waals Gewest is de geelbuikvuurpad bijna uitgestorven omdat zijn habitat verdwenen is. Deze pad komt vaak voor in buitenlandse steengroeven en zou zich sterk kunnen ontwikkelen in actieve steengroeven. De doelstelling is dus om over te gaan tot de voortplanting en de herintroductie van een populatie van geelbuikvuurpadden in een steengroeve met gunstige omstandigheden voor de soort.

Welke permanente natuur?

De herstelfase is een belangrijk onderdeel van het leven van een steengroeve. De acties gericht op een permanente natuur streven naar een herstel dat in de perifere gebieden begint tijdens de ontginning. Het herstel van die gebieden zal een verbetering aantonen van de ecosysteemdiensten en het aantal stabiele ecosysteemdiensten met een grote biodiversiteit maximaliseren.

Deze maatregelen voor natuurbehoud moeten op doeltreffende wijze bijdragen tot de ontwikkeling van diverse habitats, gastheren voor oorspronkelijke gemeenschappen en voor zeldzame dier- of plantensoorten, buiten het klassieke netwerk van natuurreservaten en van het Natura 2000-netwerk.

De steengroeven zullen een rol spelen in de verschillende fasen (stapstenen) van de migratie, de verspreiding en de populatie-uitwisseling in dichtbevolkte stedelijke gebieden.

Op lange termijn, na de looptijd van het project, wordt het voortbestaan van het dynamisch beheer van de biodiversiteit van de betrokken locaties verzekerd door het ondertekenen van handvesten tussen de ondernemers enerzijds en de afdeling Natuur en Bos van het Waals Gewest anderzijds.

Creatie van permanente wateroppervlakken

De permanente wateroppervlakken in steengroeven bieden plaats aan rijke habitats die het voortbestaan – eten en voortplanting – van vele planten- en diersoorten verzekeren, waaronder de kamsalamander en de vroedmeesterpad.

Doelstelling: creatie van 24 permanente wateroppervlakken met een oppervlakte van meer dan 25 m².

Creatie van oevers op zacht glooiende hellingen voor de aanleg van rietvelden

De oude ontginningsputten zijn vaak overstroomd met water van topkwaliteit. De steile hellingen van de oude ontginningsfronten kunnen de aanleg van de vegetatie en de daarvan afhankelijke fauna echter beperken.

Doelstelling: De helling van 400 m oever minder steil maken met vrijgekomen materiaal, met het oog op een snelle aanleg van rietvelden.

Aanleg van drijvende platformen

De grote wateroppervlakken als gevolg van oude ontginningen kunnen snel worden gekoloniseerd door vissen. Het gebrek aan eilandjes op deze grote wateroppervlakken beperkt de aanleg van broedgebieden van vogels zoals de visdief of stormmeeuw. De doelstelling van het project is dus over te gaan tot de aanleg van 16 drijvende platformen die aantrekkelijke nestplaatsen vormen voor deze vogels.

Beveiliging van vleermuistunnels

De neveninstallaties van de steengroeven, zoals oude kalkovens, mijngangen, oude huizen of boerderijen, kunnen een onthaalpotentieel vormen voor vleermuizen gedurende hun nestel- of voortplantingstijd.

Doelstelling: Beveiliging van vier neveninstallaties om een zomerverblijf of overwinteringsplaats voor de vleermuizen te installeren.

Herstel en beheer van schrale maaiweides

Schrale maaiweides zijn bloeiende weides die steeds zeldzamer zijn geworden door de intensivering van de landbouw. Dit soort vegetatie komt voor in bepaalde onbebouwde gebieden, maar de flora is er vaak simpel.

Doelstelling: Herstel van 10 hectare weidegrond doordat de landbouwers of lokale verenigingen sites voorbereiden, zaden aanvoeren en een doordacht beheer ontwikkelen.

Herstel van puinhellingen door het opblazen van mijnen

De puinhellingen vormen een belangrijke ecologische meerwaarde voor de biodiversiteit. Deze onlangs aangelegde omgevingen zijn idealiter gericht naar het zuiden en zullen met name het onthaal van de gladde slang en de muurhagedis mogelijk maken. Voor de aanleg van puinhellingen is zwaar transport van materialen nodig en zodoende worden alternatieve aanlegmethodes onderzocht in het kader van het project.

Doelstelling: aanleg van 200 m puinhellingen in een gebied dat niet actief is door mijnen op te blazen.

LAATSTE NIEUWS

Een positieve wind voor de tweede fase van het project…

Met het enthousiasme van de sector voor het project LIFE in Quarries, zou een eerste lijst van steengroeven worden vastg [...]

AL HET NIEUWS

AGENDA